GGW Hessisch Oldendorf ... Het prille begin

 

(door Johan van Vulpen)

 

Mijn naam is Johan van Vulpen en ik ben van oktober 1965 tot juli 1975 in Hessisch Oldendorf geplaatst geweest en was voordien afkomstig van de MT Groot Heidekamp bij de LETS.

Begin oktober vertrok ik van station Arnhem via Oldenzaal naar Hessisch Oldendorf; in Oldenzaal moest ik daartoe op een Duitse trein overstappen.

Het was een boemel­trein en het duurde nogal een tijd voordat ik in Hessisch Oldendorf aankwam.

Eindelijk gearriveerd keek ik met mijn koffer in de hand op het perron om me heen en vroeg mij af waar ik was terechtgekomen. Ik zag de stationschef met zijn spiegelei heen en weer lopen en vroeg hem, in mijn gebrekkig Duits, waar hier de Nederlandse Luchtmachtbasis was. Hij antwoordde dat de basis niet zo ver hiervandaan was.

Vanaf het station is het op loopafstand en hij legde mij uit welke richting ik moest opgaan.

Binnen tien minuten was ik er.

Wat ik voor me zag was een oude suikerfabriek waar het personeel gehuisvest was. Het duurde even voordat het tot mij doordrong dat

dit gebouw de "Luchtmacht" moest zijn! Er stond een stacaravan, waar net iemand uitliep en ik vroeg hem waar de MT was. Hij zei: "Stap maar in deze caravan hier en je vind het Transport- en Bedrijfsbureau van

de MT". Binnen zei ik waarvoor ik kwam en werd nog dezelfde dag bij 4 GGW geplaatst.

De suikerfabriek was een tijdelijke huisvesting van het GLK, omdat de locatie hogerop aan de Segelhor­sterstrasse nog niet nog niet was afgeleverd aan de KLu.

Ook de commandant en alle voorzienings­eenheden waren in de suikerfabriek gehuisvest.

In die tijd was het echt pionierswerk en ik vond het prach­tig. Het tochtte daar aan alle kanten, je struikelde over de rommel die hier en daar lag en er moest ook nog aan de auto's gesleuteld worden.

In de fabriek was een ruimte waar de auto's onderhouden en gerepa­reerd moesten worden. Een DAF truck kon net in zijn volle lengte naar binnenrijden.

Erg warm was het er overigens ook niet, overal zag je namelijk gaten in de muren.

In okto­ber kan het al behoorlijk koud zijn in die contreien maar gelukkig hadden wij een heater die warme lucht in die ruimte blies zodat het een beetje aangenaam was.

Wat ik mij nog herinner is dat elke ochtend appèl werd gehouden bij de stacaravan van de MT. Alle man­schappen waren daar aanwezig en de commandant van de site was er om verslag uit te brengen aan

de naast hogere commandant. Dit ritueel herhaalde zich elke ochtend om 08.00 uur voor aanvang van de dienst.

In die tijd viel het mij op dat er een officier, ik weet niet meer bij welke site hij hoorde, met een stok aan de linkerhand liep te paraderen. Zo ook tijdens het appèl, volgens

mij kwam hij oorspronkelijk van de landmacht. Deze gewoonte moet hij nog van vroeger hebben overgehou­den. Ook de geestelijke verzorging was aanwezig in de persoon van aalmoezenier Vroom (familie van de bekende V&D). Hij was een aardige man, je kon heel leuk met hem dis­cussiëren.

Hij had als domein ook een stacaravan om er geestelijke bijstand te verlenen.

In het begin was er nog geen 00­mess, dus tegen 12.00 uur togen de vrijgezellen naar het dorp om bij een bratwurststube heerlijke braad­worsten te nuttigen.

Dat was voor mij een eerste kennismaking met de Duitse brat- en currywursten. De gehuwden aten tussen de middag thuis in de "Keukenhof", deze naam van een door Hollanders bewoonde wijk was door de Duitsers bedacht. Velen konden bij Duitse families worden ingekwartierd, zij sliepen ontbeten en dineerden bij hen.

 

   

Ook ik kon bij een Duits gezin een kamer huren compleet met toilet en bad­kamer en ik heb daar al die tijd met plezier gewoond.

Op het terrein van de suikerfabriek konden alle voertuigen brandstof tanken, de chauffeurs moesten eerst bij de MT langs en daarvan­daan ging er iemand mee om het voertuig af te tanken.

Meestal ging er een dienstplichtige soldaat mee, hij moest dan de pomp met de hand bedienen.

 Diverse DAF trucks kwa­men er om te tanken.

De meeste DAF's hadden grote brandstoftanks van 200 liter.

Het is duidelijk dat degene die de pomp moest bedie­nen het niet altijd leuk vond om dat te doen.

Vooral toen het koud begon te worden probeerde de dienstplichtige soldaat er onderuit te komen.

Hij begon meteen liter of tien te tanken, toen moest hij zoge­naamd plassen. Maar dat hoefde hij helemaal niet, hij ging in de cara­van zitten om zich te warmen en tegen de tijd dat de tank bijna vol was kwam hij terug om het van de chauffeur over te nemen. Zo heeft hij vele chauffeurs te grazen geno­men. Het was een slimme jongen, deze dienstplichtige.

In februari 1966 werd het GLK opgeleverd en liep de periode op de suikerfabriek ten einde.

Alles werd overgebracht van de sui­kerfabriek naar het GLK.

Dat was een hele verademing, het nieuwe gebouw zag er goed uit. De kor­poraals en soldaten sliepen elk in een van de nieuwe gebouwen. Het MT-Squadron was ook goed gehuis­vest want we hadden vijf lange verwarmde boxen. Het Transport- en Bedrijfsbureau , Materieelmagazijn en de Kantine werden achter de boxen ondergebracht. Bijna alle bezigheden waren op het GLK te vinden, zo ook de WZZ, waar je goedkope LP's kon krijgen. Later kwam de SS-shop waar onder ande­re sterke drank, sigaretten en vele andere Hollandse artikelen tegen een lage prijs kon kopen.

Daarvan werd gretig gebruik gemaakt door het overgrote deel van de bevol­king van het GLK. Er was ook een sportzaal, Ted Verschuur had toe­zicht op alles wat zich in en rond

de sportzaal afspeelde. Hij gaf les in Taekwondo en later kwam er nog iemand waarvan ik de naam ver­geten ben lesgeven in een door de Japanse onderwijzer Ngoro Kano uitgedachte sport, Judo genaamd. Later kwam ook nog Ben Oltmans, hij bracht de jongeren uit de Keu­ken hof de beginselen van deze edele sport bij. Daar was grote belangstelling voor. Ook werden er onderlinge sportwedstrijden geor­ganiseerd o.a. tegen 3 GGw. Ook kwam er enige tijd later een voet­balvereniging die zelfs in de Duitse competitie meespeelde, de naam van deze club was Fe Oranje.

De voetballers trainden op het veld naast de sportzaal. Je zag ze vaak heen en weer rennen om hun con­ditie op peil te houden. Het voet­balteam draaide redelijk goed, Ton Weyers was toen de captain van het elftal. Andere spelers waren onder andere Rob van Thiel, Ben Oltmans en ene Koos Z. Zijn achternaam wordt hier niet vermeld omdat hij mogelijk achteraf nog moeilijkheden zou krijgen met de Duitse doping controle, die in die tijd overigens nog niet bestond. Genoemde Koos Z. nuttigde namelijk voor iedere wedstrijd twee glaasjes van een waterig vocht, wat later bekend is geworden onder de naam Jonge Jenever. Ik vroeg hem eens waarom hij dat deed, hij antwoordde daarop dat dit goed voor zijn spieren en geest zou zijn. Hij speelde iedere wedstrijd dan ook goed, vooral wanneer het tegen een Duitse club ging, dan ging het soms hard tegen hard. Volleybal werd in de zaal uit­geoefend, Rob van Thiel was er erg goed in thuis. Ook bij deze sport ging het hard tegen hard wanneer men tegen een Duits team speelde. Met een inzet van 100% werd er toen gespeeld, dat was prachtig om te zien. Ook gingen we af en toe in de weekenden naar Stolzenau of Hesepe om daar gezellig een partijtje badminton te spelen.

Wat ik me ook nog herinner is dat bij de hoofdpoort, er was ook nog een ingang achter de MT voor personen die in de Keukenhof woonden, een grote volière stond met daarin de mascotte van 4 GGW die luisterde naar de naam Äres', het was een steenarend van forse afmetingen. Deze Ares werd getraind door hondengeleider Henk Hondebrink (what's in a name). Samenvattend kan ik zeggen dat ik in Hessisch Oldendorf een geweldige tijd heb gehad die onuitwisbare indrukken heeft achtergelaten.

 

Verhaal bewerkt door Jack "Uitje" Uittenbogaard.

 

Terug naar overzicht