Heliblussing

 

Vanaf 16 December 2003 kunnen helikopters van de KLU ingezet worden als ondersteuning bij het blussen van grote natuurbranden.

 

Op die datum sloten de toenmalige Brandweer Regio Stedendriehoek - nu Veiligheidsregio Noord en Oost-Gelderland- en de Ministeries van BZK en Defensie het convenant Heliblussing af.

Behalve bij het bestrijden van natuurbranden kunnen de helikopters van de Luchtmacht in specifieke gevallen ook worden ingezet bij andere branden dan natuurbranden.

In het convenant zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder het ministerie van defensie de helikopters van het type Chinook en Cougar - ter beschikking stelt.

Zo zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de aanvraag en inzetprocedure.

Het bestaan van het convenant Heliblussing en de werking ervan was niet meteen voor alle betrokkenen duidelijk.

Op 29 juni werden met name de procedures en enkele operationele aspecten toegelicht tijdens een workshop op de luchtmachtbasis Soesterberg.

De workshop was vooral bedoeld voor het provinciale kabinetsmedewerkers en Commandanten van Dienst. De belangstelling voor de workshop was groot, de opkomst van de diverse brandweerregio’s echter matig. Van de 28 regio’s waren er 11 vertegenwoordigd. Mede op basis daarvan is besloten de brandweerregio’s nogmaals schriftelijk te informeren.

 

   

Heemskerk

 

Op 10 augustus 2004 woedde op twee plaatsen in dezelfde gemeente een grote duinbrand.

De ondersteuningsgroep van de brandweer VNOG (Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland) ging er over de weg naar toe om voor de komst van de helikopter het inzetgebied te verkennen. Onderweg had de ondersteuningsgroep al contact met de Liaisonofficier  KLU, die bij de afrit Heemskerk op de A9 door de politie opgevangen werd.

In het begin was het niet duidelijk waar de brand precies was. Ook was onduidelijk op welke plaats al eenheden waren ingezet. Inmiddels was de Chinook gearriveerd. Na overleg tussen de piloot , de liaisonofficier KLU en de officier van de VNOG werd begonnen met het blussen.

Als snel bleek de inzet van een tweede Chinook noodzakelijk.

De natuureigenaar had geen problemen met het blussen met zout water, zodat er iedere vijf minuten water gedropt kon worden.

 

Het grondvuur bleek lastig te bestrijden, maar meerdere malen droppen – via handsignalen van de centralist – op één en dezelfde plaats wierp zijn vruchten af.

Dit vroeg echter veel van de centralist in het ontoegankelijke, heuvelachtige terrein met hoge temperaturen. Het vergde ook veel van de piloten en de loadmaster (degene die de piloot naar de juiste plaats dirigeert om het water op te halen en die de bucket ‘bedient’) om exact op de goede plaats te droppen.

De samenwerking verliep echter uitstekend en de verbindingen functioneerden goed.

Om de twee uur overlegden het plaatselijk commando, de brandweerofficier VNOG, de piloten en de flankcommandanten.

In het begin vormde de logistiek een probleem. Het plaatselijke commando werd geadviseerd bijstand te vragen van een KLPD-helikopter met camera. Deze produceerde uitstekend en goed bruikbaar beeldmateriaal.

Ook is het plaatselijke commando geadviseerd om naast een bestaand pas een grendellijn te maken met gebruik van giertanks. De tweede helikopter werkte zelfstandig op de zuidflank, waar loopvuur was ontstaan door de opkomende wind. De voorlichting verliep niet geheel naar wens. Er was veel publiciteit en de aanwezigheid van de media in het inzetgebied leverde soms levensgevaarlijke situaties op.

Verder moest de ondersteuningsgroep langere tijd dan gepland worden in gezet (14 uur) vanwege de plotseling opkomende win, waardoor de brand op de zuidflank zich uitbreidde. De OSC (On Scene Commander) was 19 uur non-stop aan het werk.

 

 

Terug naar overzicht